groep 1/2
Juf Kim, juf Ietje

 
20-03-2019  14:09

Thema ‘Mijn lichaam’

Wij werken met de methode ‘Onderbouwd’ en deze methode werkt in thema’s. Elk thema duurt drie weken en in die drie weken behandelt de methode taal- en rekendoelen. Wij werken met een themawoord, dat centraal staat tijdens het thema en hieraan zijn letters, woorden (woordenschat) en rijmwoorden verbonden. Wij gaan de aankomende drie weken werken aan het thema ‘mijn lichaam’. Hieronder vindt u een overzicht van ons aanbod.

Taalaanbod:

Doel groep 1:
De kinderen kunnen beginklanken in een woord horen.  Kinderen kunnen twee m-k-m woorden die met dezelfde letter beginnen aanwijzen. (1F)

De kinderen kunnen bij vier beginklanken woorden zoeken. (1S) 

Doel groep 2:
De positie van de letter herkennen en benoemen. Het kind kan bij 4 beginklanken woorden zoeken. (2F)

Het kind kan in een m-k-m woord dezelfde midden- en eindklank horen. (2S)
 

Woordenschataanbod: lichaam, lijf, lopen, fietsen, slapen, armen, benen, voeten (tenen), handen (vingers), navel, ogen, oren, neus, mond.

Rijmwoorden: slaap – aap  lijf – schrijf  mond - hond  been –teen  neus - reus  voet - hoed  ik – fik
 

Rekenaanbod:

Doel groep 1:
Kinderen kennen hun eigen lichaamsdelen. (1F)

Kinderen kunnen lichaamshoudingen benoemen. (1S)

Kinderen kunnen houdingen nadoen. (1F)

Kinderen kunnen wegen met de handen en het verschil aangeven met de begrippen zwaar-licht. (1F)

Kinderen kunnen wegen met de weegbalans en weegbegrippen als even zwaar, zwaarder en zwaarst toepassen. (1S)

Doel groep 2:

Kinderen kunnen wegen met de weegbalans en weegbegrippen als even zwaar, zwaarder en zwaarst toepassen. (2F)

Kinderen weten dat een gewicht een getalswaarde heeft en kan daarmee betekenis verlenen. (2S)

Kinderen kunnen lichaamshoudingen van afbeeldingen nadoen. (2F)

Kinderen kunnen omschreven houdingen nadoen. (2S)