Kalender
Wijzigingen op de website
 

Schoolplein

De tweede fase van ons schoolplein (het plaatsen van een speeltoestel) is (bijna) rond! De laatste financiën zijn we nog naar op zoek, echter dit is een overzichtelijk bedrag. Hierdoor gaan we starten en met het bestellen en plaatsen van het speeltoestel! De kosten zijn wel wat hoger geworden, daar wij helaas in deze tijden geen gebruik mogen maken van vrijwilligers.
Het geld is bij elkaar gebracht, door de leerlingen, Hervormd Weeshuis, Plaatselijk Belang en Kronos Solar, Bouwmeester installatietechniek en school! Op de website ziet u een aantal links naar deze organisaties! Mocht u ook willen bijdragen, dat is nog zeer welkom!
Wij hopen het één en ander na de voorjaarsvakantie te hebben afgerond!

Het natuurlijk schoolplein

Ook deze is bijna afgerond. De beplanting is inmiddels geplaatst en de nieuwe pomp komt binnenkort (de oude had een verkeerde aansluiting). Het gras laat nog even op zich wachten. Daarnaast komen de klimbomen nog, echter dit heeft nog een onduidelijke leveringstermijn (maar komt zeker). Ook dit gedeelte van het plein hopen we binnen afzienbare termijn te kunnen gaan gebruiken.

Raadsel week 4

Het raadsel van aankomende week is: Het leeft in het water en op het land.
Het antwoord van afgelopen week (Ik heb de mooiste stem) staat op de Padlet.
 

Voorlezen in lockdown waardevoller dan ooit

Afgelopen woensdag zijn de Nationale Voorleesdagen begonnen. De Nationale Voorleesdagen benadrukken het belang van voorlezen bij peuters en kleuters. Maar voorlezen blijft belangrijk, ook als kinderen ouder zijn. Zowel op school als thuis is voorlezen belangrijk.

Goed voor ontwikkeling

Voorlezen is gezellig en leuk, maar ook heel belangrijk in de ontwikkeling van het kind. Niet alleen op het gebied van taalontwikkeling en woordenschat, maar ook op sociaal-emotioneel vlak. Vooral aan peuters en kleuters wordt veel voorgelezen. Van deze groep wordt 90% regelmatig voorgelezen. Maar ook voor baby’s is voorlezen al belangrijk. Vooral verhaaltjes op rijm vallen bij hen in de smaak.

De lengte van het voorleesmoment hangt vooral af van het kind en zijn of haar spanningsboog. Bij jonge kinderen is het het beste om te kiezen voor een kort verhaal dat je in een keer uitleest. Jonge kinderen houden van herhaling, een verhaal vaker voorlezen is dan ook geen probleem. Hierdoor leren ze het verhaal beter begrijpen en leren ze voorspellen. Door met kinderen te praten over het verhaal gaan ze er actief mee om. Sommige kinderen komen tijdens het voorlezen met vragen en opmerkingen, bij anderen zal je juist vragen moeten stellen.

Goed voor leesmotivatie

Hoe ouder de kinderen worden, hoe minder ouders voorlezen. Zo'n 40% van de kinderen tussen de negen en twaalf jaar wordt thuis voorgelezen. De belangrijkste reden voor het niet meer voorlezen is dan dat het kind zelf goed kan lezen. Maar als ouders zelf ook veel lezen en voorlezen is er een grotere kans dat het kind op latere leeftijd ook meer gaat lezen.

Kinderen die veel worden voorgelezen leren dat lezen leuk is. En dat geldt niet alleen voor de lagere groepen, maar ook nog voor kinderen uit groep 8. Voorlezen werkt ontspannend en prikkelt de fantasie.

Zeker bij zwakke lezers heeft voorlezen een positief effect op de leesmotivatie, ze raken enthousiast voor lezen. Bovendien komen ze in aanraking met boeken die passen bij hun cognitieve niveau.

Lezen én praten

Laat kinderen vooral ook praten over de boeken die ze lezen. Stimuleer met name de korte gesprekken door eenvoudige vragen te stellen. Vraag wat leerlingen mooi vonden aan het boek, en waarom er bepaalde dingen in gebeurden. Praat na over het einde en hoe het ook heel anders af zou kunnen lopen.

De Nationale Voorleesdagen duren tot en met zaterdag 30 januari.

 

Hoe kunnen we ons kind het beste thuisonderwijs geven?

Hoe kunnen we ons kind helpen bij het maken van huiswerk, wat is de beste manier, hoe houden we ons kind gefocust en wat mogen we verwachten van ons kind! Deze vraag is niet één antwoord te vatten. Om te beginnen wil ik een gouden regel uit het verre verleden erbij halen, de tijd van toen onze opa’s en oma’s nog naar school gingen nl. rust, reinheid en regelmaat. Deze regel is tot op de dag van vandaag nog steeds actueel en biedt een goed handvat!

De thuissituatie en de gezinssamenstelling vormen de basis van waaruit er begonnen wordt met thuisonderwijs. Het is wenselijk om aan te sluiten bij het dagritme van school maar dat is lang niet altijd mogelijk. Is het ’s morgens, om half negen, nog hectisch, begin dan niet!
Begin op het moment waarop de rust is weer gekeerd! Dit kan ook om 10.00u. zijn. Probeer vaste momenten te kiezen. Een vast moment hoeft niet te betekenen elke dag op hetzelfde tijdstip beginnen maar kan bijv. zijn: elke maandag en vrijdag beginnen om 10.00u. Elke woensdag om 9.00u. en elke dinsdag en donderdag om 11.00u.
Is het niet mogelijk om een vaste routine te ontwikkelen dan kun je een dagschema maken met tijden voor thuisonderwijs. Dit schema kan voor de jongere kinderen ook ingevuld worden met pictogrammen. In het kleuteronderwijs staat het programma per dagdeel op het bord. Dit geeft niet alleen rust in de letterlijke betekenis van het woord (er is dan geen lawaai of er lopen weinig mensen rond) maar ook rust in het hoofd van het kind omdat het zo weet waar het aan toe is.
Het hebben van een eigen kamer, waar in afzondering gewerkt kan worden, is natuurlijk ideaal. In het algemeen kun je hierover zeggen dat hoe jonger het kind is des te lastiger zullen ze het vinden om op hun eigen kamer te werken. Hele jonge kinderen hebben constante feedback, begeleiding en aandacht nodig.
Reinheid betekent niet alleen schoon maar ook opgeruimd en netjes. Alhoewel schoon?? Het handenwassen staat nu ook weer bovenaan op de agenda. Zorg dat het werkoppervlak, zoals tafel en bureau, opgeruimd is. Dus geen onnodige “rommel” als speelgoed en andere dingen op tafel. Dat leidt alleen maar af. Maak een stapel van de boeken, schriften en schrijfgerei die gebruikt moeten worden, zodat die binnen handbereik liggen.

Bij oudere kinderen die zelfstandig op hun eigen kamer kunnen werken kun je ervoor kiezen om voor elk vak een instructiemoment te kiezen (dit kan ook het instructiefilmpje zijn dat door de leerkracht is ingesproken) waarna ze zelfstandig aan de slag gaan. Hoe ouder het kind is des te meer en langer instructie je vooraf kunt geven bijv. instructie geven voor meerdere vakken tegelijk. Een globale opbouw in de onderbouw is één vak tegelijk. In de bovenbouw kan voor verschillende vakken, na elkaar, instructie worden gegeven.

Maar wat als je kind, na het horen van het instructiefilmpje nog niet weet hoe het de opdracht moet maken?

Dat kan en betekent zeker niet dat je kind dom is! We leren nl. niet allemaal op dezelfde manier. Het instructiefilmpje doet een beroep op het auditief geheugen. Maar het is goed mogelijk dat je kind visueel is ingesteld. Het zichtbaar maken van de opdracht helpt dan. Laat de opdracht zien, op papier, en leg uit wat de bedoeling is. Of soms moet je nog een stap verder teruggaan en de opdracht uitleggen met concrete materialen, materialen die je kunt vastpakken. Bijv. bij het leren van de tafel van twee. Maak 10 groepjes van twee hondenbrokken, blauwe bessen, steentjes enz. Maak je kind duidelijk dat de tafels een manier zijn om iets snel uit te kunnen rekenen. Zingeving bij een opdracht verhoogd de motivatie van je kind om iets te willen leren!

Hoe houden we ons kind gefocust?

Hoe zit je kind in elkaar? Hoe beweeglijk is het? Heeft het zelfvertrouwen? Heeft zelfvertrouwen dan ook invloed op het kunnen blijven focussen? Jazeker, als een kind zich onzeker voelt wordt het onrustig. Begint te draaien en te wiebelen en denkt: “Ik kan het toch niet”. Gevolg je kind blokkeert en de informatieverwerking stagneert of komt zelfs helemaal niet op gang.
Leren en bewegen gaan zeker samen. Sommige kinderen vinden het zelfs fijn om tijdens het werken af en toe te gaan staan. Dit is weliswaar niet bevorderlijk voor het netjes schrijven, maar als het bij rekenen is dan kun je kiezen voor leeropbrengst zolang het maar leesbaar blijft! Het netjes schrijven komt bij het vak schrijven terug. Dan is het wel belangrijk dat kinderen goed zitten en een juiste schrijfhouding/ pengreep hebben! Een voorbeeld van bewegend leren is het oefenen van de tafels. Hierover heeft in de nieuwsbrief van vrijdag 15 januari een beschrijving gestaan. Hierin is ook nog op het belang van het kennen van de tafels gewezen. Tussen de opdrachten door kan er ook gezongen worden een dansje worden gedaan of een klapspelletje. Wat je ook bedenkt het is altijd goed maar doe geen al te wilde spelletjes, want dan zul je meer moeite hebben om je kind terug te halen. Denk maar aan een jonge hond, maak je die gek dan duurt het een poos voordat je het dier weer onder controle hebt. Hormonen spelen hierbij een rol.

Maar mijn kind is al niet rustig bij aanvang.

Zorg dat je kind klaar is om te beginnen. Is het nog onrustig probeer te achterhalen wat hiervan de oorzaak is. Maak eerst het hoofd van je kind leeg. Ga een kort gesprekje aan en neem de bron van de onrust weg. Bijv. is er ruzie geweest praat het uit en maak het goed. Is het kind gevallen plak een pleister en droog tranen. Maak het kind nieuwsgierig naar wat er voor die dag op het programma staat en wat het allemaal gaat leren. Maar bovenal straal zelf rust uit! Praat niet te snel en wees geduldig. Ga zelf zitten bij het kind en neem de tijd. Half staand en tussen telefoontjes door nog even een vraag beantwoorden werkt niet. Je kind wordt gespannen door de tijdsdruk en blokkeert. Wat je ook zegt het komt niet binnen. Bovendien zal het zelfvertrouwen van je kind afnemen. Want het kan immers niet, binnen de tijd die jij voor het beantwoorden van de vraag hebt uitgetrokken, de opdracht begrijpen.

Mijn kind accepteert niet dat ik de rol van leerkracht op me neem.

Dat kan en is helemaal niet vreemd. Je bent immers nog nooit zo prominent aanwezig geweest in die rol. Een gesprekje hierover aangaan kan dan helemaal geen kwaad. Leg uit dat school je gevraagd heeft om te helpen. Dat je het zelf ook spannend en lastig vindt maar dat je je best doet en graag aanwijzingen krijgt. Zo stel je je open en vermijd je conflicten. Laat je niet van de wijs brengen als de uitleg, volgens je kind, niet op de schoolse manier is. Neem telefonisch contact op met de leerkracht(en) of via Teams en vraag ondersteuning. Ook hiervoor staan we klaar. We vinden het zeer begrijpelijk als voor ouders iets niet duidelijk is. Laat de opdracht liggen tot het moment je de leerkracht hebt gesproken. Je kunt er ook voor kiezen om het kind de opdracht te laten maken met jouw uitleg, zodat het verder kan en jij kunt op een later tijdstip navraag kan doen bij de leerkracht. Welke oplossing je kiest hangt af van het kind. Er zijn kinderen die in de war raken als ze op meerdere manieren uitleg krijgen. Er zijn ook kinderen die het heerlijk vinden om een opdracht op meerdere manieren te kunnen aanvliegen.

Wat als je 2 of meer kinderen thuisonderwijs moet geven?

Je kunt ervoor kiezen om gezamenlijk te starten met een gesprekje, een (prenten)boek of een verhaal. Of gewoon even met iedereen globaal doornemen wat er voor die dag op het programma staat. Je kunt er ook voor kiezen om direct aan de slag te gaan. Begin dan met het jongste kind een opdracht uit het thuisonderwijspakket te geven en toe te lichten. Ondertussen kan het andere kind zelfstandig aan de slag gaan. Bijv. met som 3 van de rekentaak of met een steen of stapper van Jeelo.

Spreek wel van tevoren duidelijk af dat als je met iemand bezig bent niet gestoord wil worden met vragen van andere kind(eren). Met uitgestelde aandacht moeten ze kunnen omgaan want daar wordt al aan gewerkt vanaf groep 1. Het eerste kind is bezig en nu kun je uitleg geven aan andere kind(eren). Het instructiemoment duurt gemiddeld 10 à 15 minuten en bij zeer jonge kinderen 5à 10 minuten. Dus maak de instructiemomenten niet te lang. Een lange instructie heeft geen meerwaarde want uiteindelijk komt de informatie niet meer binnen.

Kleuters

Kleuters hebben een kortere spanningsboog. Zij zijn sneller afgeleid en kunnen niet lang met een opdracht bezig zijn, in vergelijking met oudere kinderen. Kleuters leren voornamelijk door spel. Opdrachten worden dan ook vaak in spelvorm aangeboden. Door samen te spelen ontwikkelt het kind zich op sociaal, emotioneel en cognitief gebied. Nu het samen spelen door de Lockdown onder druk staat zullen ouders of broertjes en zusjes deze rol veelal op zich nemen. Op internet vindt u veel leuke opdrachten die u naast de schoolopdrachten kunt doen met uw kleuter. De ouderrol zal bij kleuters vele malen intensiever zijn dan bij de wat oudere kinderen. Tips om uw kleuter even bezig te houden zodat u even de handen vrij heeft om wat anders te doen, zijn: 

-punniken

-pompoenen maken

-vingerhaken

-borduren

-breien (vanaf ± 6 jaar)

-kleien

-spelen met een magneet

-knikkerbaan maken van halve closet/keukenrollen en deze tegen de deur aan laten plakken met dubbelzijdig tape enz.

Welke methodiek moet ik toepassen bij het thuisonderwijs?

Het is wenselijk dat je als ouder de avond van tevoren even met “diagonale” oogopslag de thuiswerkopdrachten bekijkt. Dat is je eerste winst! Weten wat er komen gaat en waar eventuele struikelblokken liggen.

Rekenen

Bij rekenen gaat de instructie m.n. over som 2 van iedere taak. Rekentaak 3 is in zijn totaliteit een instructie rijke taak. Het betreft hier onderwerpen als meten, tijd en geld! Begin met je uitleg vanuit een concrete situatie en zingeving. Waarom is het fijn als je dit leert! Wat kun je er mee? Gebruik materialen indien nodig! Deze kun je ook altijd op school vragen. Bijv. een rekenrek, instructiegeld enz.

Spelling

Bij spelling gaat het vooral om precies dezelfde uitleg geven als op school. Spellingregels moeten altijd op dezelfde manier worden aangeboden. Deze spellingregels zijn op school op te vragen. Bedenk vooral bij spelling dat oefening baart kunst! Met één keer een woordpakket overlezen red je het niet. Oefen liever 5x10 minuten dan 1 x60 minuten. Woordbeeld moet groeien, moet geautomatiseerd worden! Door regelmatig te lezen groeit het woordbeeld ook. Bedenk maar hoe we zelf schrijven, dit doet wij ook voornamelijk op woordbeeld. Voordat een kind zover is als wij moeten de spellingregels worden ingeslepen. Van tevoren beredeneren hoe een woord geschreven moet worden a.d.h.v. spellingregels voorkomt dat een fout geschreven woord verkeerd wordt ingeprent. Dat ouders het spellingwerk nakijken is in dit kader heel erg fijn. Sommige kinderen (beelddenkers) leren anders. Zij leren vanuit het geheel naar de delen. Heeft u hier interesse voor dan bent u van harte welkom bij de leerkracht om hier meer over te horen.

Voor sommige kinderen is het fijn om een begin- en eindtijd te krijgen bij een opdracht. Dan kunnen ze hun werk verdelen over de tijd die ze hebben (stopwatch op de mobiel kan hierbij dienstdoen). Je verliezen in details gebeurt dan minder snel. Bijv. bij een schrijfopdracht of bij een presentatie wil het nog wel eens voor komen dat kinderen erg druk zijn met een tekening terwijl dat niet de essentie is van de opdracht. Hoe jonger het kind is des te korter zijn de opdrachten. Niet alleen in verwerkingsduur maar ook in de vorm van enkelvoudige opdrachten.
Een kind in groep 3 kan een eindtijd krijgen per opdracht maar een kind in groep 6 kan een eindtijd gegeven worden voor een hele taak. In groep 8 zullen ze getraind worden per dagdeel.

Wanneer moet mijn kind het huiswerk leren?

Vroeger, in mijn kindertijd, werd geadviseerd dat je eerst je huiswerk moest maken, als je uit school kwam. Eerst doen wat moet en dan pas spelen. Op dit standpunt komt men nu terug. De vraag is nl. hoeveel informatie kan een kind nog opnemen als het de hele dag al intensief is bezig geweest?

juf Ietje


Komende weken

4 januari tot 8 februari online onderwijs
20 tot 30 januari Nationale Voorleesdagen